De schepping van Aadam en Hawaa deel 2

De schepping van Aadam en Hawaa deel 2

Nadat Allah Aadam (vrede zij met hem) had geschapen, leerde Hij hem de namen van alle zaken. Daarna toonde Allah al deze zaken aan de Engelen en vroeg of zij bekend waren met de namen hiervan. Toen zij aangaven hiermee niet bekend te zijn, droeg Allah Aadam op deze dingen bij hun naam te noemen. Hieruit kunnen wij opmaken dat Aadam enig voordeel geniet in vergelijking met de rest van de schepselen, namelijk het voordeel van kennis. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En Hij onderwees Aadam de namen van alle zaken en vervolgens toonde Hij deze aan de Engelen en zei: ,,Noem Mij de namen van deze zaken, als jullie waarachtigen zijn.” Zij zeiden: ,,Heilig bent U, wij hebben geen kennis, behalve wat U ons onderwezen hebt, voorwaar, U bent de Alwetende, de Alwijze.” Hij zei: ,,O Aadam, noem hen de namen ervan.” En toen hij hen de namen ervan had genoemd, zei Hij: ,,Zei ik jullie niet, dat ik het verborgene van de hemelen en de aarde ken, en weet wat jullie openlijk doen en wat jullie pleegden te verbergen?”
                  
(Soerat al-Baqarah: 31-33)

Ook leerde Allah Aadam de Islamitische groet. Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Allah heeft Aadam geschapen naar zijn beeld (m.a.w. naar zijn eigenschapen) en zijn lengte bedroeg zestig armlengte. Nadat Allah hem had geschapen, zei Hij tegen hem: ,,Ga en groet die verzameling Engelen die daar zitten, en luister hoe zij jou teruggroeten, want dat zal de groet zijn van jou en je nageslacht. Aadam groette hierop de Engelen, zeggende: ,,As-Salaamoe calaykoem (vrede zij met jullie).” Waarna de Engelen zeiden: ,,Wa as-Salaamoe calayka wa rahmatullah (en vrede zij met jou en de Genade van Allah).”            (al-Boechari)

Daarna schiep Allah de vrouw voor Aadam om rust bij haar te vinden en om samen een nageslacht voort te brengen dat de aarde zal bewonen. Dit nagelacht zal bestaan uit een groep die bestemd is voor het Paradijs en een groep die bestemd is voor de Hel. De vrouw die Allah voor Aadam schiep heette Hawaa’ en zij kwam voort uit één van de ribben van Aadam (vrede zij met hem), Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O mensen, vreest jullie Heer Die jullie schiep uit één enkele ziel (en die) daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voortkomen”(Soerat an-Nisaa’: 1)

Ook zei de Profeet (vrede zij met hem): “De vrouw is geschapen uit een rib.”

En zelfs in de Bijbel wordt deze gebeurtenis in details besproken, zo staat er: “Daarom deed God Adam in een diepe slaap vallen, en terwijl hij sliep, nam hij één van zijn ribben en sloot toen het vlees over die plaats toe, Daarna bouwde God de rib die hij uit Adam had genomen tot een vrouw en bracht haar tot mens…”   (Genesis: 2 / 24)

Allah liet vervolgens Aadam en Hawaa’ het Paradijs bewonen en hij stond hen al datgene wat zich daarin bevond toe behalve één boom. Zij mochten niet van deze éne boom eten, anders zouden zij uitputting en vermoeidheid kennen. En dit bevel van Allah was bedoeld als toetsing voor Aadam. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En wij zeiden: ,,O Aadam, verblijf in het Paradijs, jij en je vrouw, en eet daaruit overvloedig, zoals jullie willen, maar nadert deze boom niet, anders zullen jullie tot de onrechtplegers behoren.”                                                                                                                      (Soerat al-Baqarah: 35) 

Iblies die afgunst koestert tegenover Aadam, wilde de zaak niet laten rusten. Het was tenslotte diezelfde Aadam die ervoor gezorgd had dat hij uit de Genade van Allah was gevallen. Dus hij probeerde Aadam in de val te lokken, Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Toen fluisterde de shaytaan hen in om te onthullen wat er van hun schaamte bedekt was, en hij zei: ,,Jullie Heer houdt jullie slechts van deze boom af omdat jullie anders Engelen worden, of dat jullie tot de eeuwiglevenden zullen behoren.” En hij bezwoer hen: ,,Waarlijk, ik behoor voor jullie zeker tot de raadgevers.”  (Soerat al-Acraaf: 20-21)

En zo werden Aadam en Hawaa’ bedrogen en slaagde Iblies erin om Aadam en zijn vrouw in de zonde te doen vervallen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):  

“Vervolgens aten zij ervan, zodat hun intieme lichaamsdelen ontbloot werden en zij begonnen zich te bedekken met bladeren van het Paradijs; en zo was Aadam zijn Heer ongehoorzaam en dwaalde hij.” (Soerat Taa Haa: 121-122)

Onze ouders werden dus overrompeld toen zij voor het eerst hun intieme geslachtdelen zagen. En hun menselijke aard dreef hen ertoe zich te bedekken met de bladeren van de bomen. Het is Iblies die de mensen hun schaamtegevoel wil ontnemen en hen aanspoort om hun aantrekkelijkheden te tonen.

In het Oude Testament staat vermeld dat Hawaa’ degene is geweest die als eerste van de boom heeft gegeten: ,,Dientengevolge zag de vrouw dat de boom goed was tot voedsel en dat hij iets was waarnaar het verlangen der ogen uitging, ja, de boom was begeerlijk om naar te kijken. Zij nam dan van zijn vrucht en ging ervan eten. Daarna gaf zij er ook van haar man. Toen deze bij haar was, en hij ging ervan eten. Toen werden de ogen van hen beiden geopend en zij gingen beseffen dat zij naakt waren. Zij naaiden daarom vijgebladeren aan elkaar en maakten zich lendenbedekkingen.”                                                     (Genesis: 3 / 6-7)

En wellicht dat onze Profeet (vrede zij met hem) ook hiernaar refereerde toen hij zei: “Als Hawaa’ het niet was geweest, dan zou een vrouw nooit haar man bedriegen.”   (al-Boechari)

Ibnoe Hadjar zegt het volgende in reactie op deze overlevering: “Met het woord ‘bedriegen’ wordt hier niet overspel bedoeld, Allah behoede! Maar toen Hawaa’ gehoor gaf aan haar verlangen om van de boom te eten en Aadam ook tot eten verleidde, werd dit als bedrog beschouwd. Wat betreft de vrouwen die daarna zijn gekomen, hun bedrog heeft verschillende  gedaantes aangenomen.”  (Fath ul-Baari) 

Omdat Islamitisch gezien niemand het recht heeft om een ander te gehoorzamen wanneer hij hiermee Allah ongehoorzaam is, werden zij hiervoor beiden gestraft. Daarom geeft Allah in de Koran te kennen dat zowel Aadam als Hawaa’ schuldig zijn bevonden en Hij schreef de zonde ook toe aan Aadam. Terwijl in de Bijbel slechts wordt gesproken over het straffen van Hawaa’ alleen: “Tot de vrouw zei Hij: ,,Ik zal de smart (lichamelijke pijn) van uw zangerschap zeer doen toenemen; met barensweeën zult gij kinderen voortbrengen, en uw sterke begeerte zal naar uw man uitgaan, en hij zal over u heersen. En tot Adam zei hij: ,,Omdat gij naar de stem van uw vrouw hebt geluisterd en van de boom zijt gaan eten waaromtrent ik u geboden had: Gij moogt daarvan niet eten, is de aarde vanwege jou vervloekt. Met smart zult gij de opbrengst ervan eten al de dagen van uw leven. En doornen en distels (planten met stekelige stengels) zal hij u voortbrengen en gij moet de plantengroei van het veld eten. In het zweet van uw aangezicht zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem terugkeert, want daaruit werdt gij genomen. Want stof zijt gij en tot stof zult gij terugkeren.”   (Genesis: 3 / 16-19)

Nu wil ik overgaan tot het voordragen van een aantal gebeurtenissen die plaats zouden hebben gevonden in de tijd van Aadam (vrede zij met hem), maar die niet op bewijzen berusten vanuit de Koran of de correcte overleveringen van de Profeet (vrede zij met hem).  Zo zou Aadam door Allah opgedragen zijn om het Heilige huis (Ka3bah) te  bouwen en ook werd hem daarna geleerd hoe hij de Haddj moest verrichten. Ook is gezegd dat Allah een robijn uit de hemel heeft doen nederdalen en deze vervolgens op de plaats van de Kacbah plaatste zodat Aadam daaromheen de ommegang kon verrichten. En toen Allah besloot het volk van Noeh (vrede zij met hem) te verdelgen, haalde Hij deze robijn naar boven. En na de komst van Ibraahiem (vrede zij met hem), wees Allah Ibraahiem naar de plaats van de Kacbah.

Er hebben zich toentertijd bepaalde gebeurtenissen voorgedaan die door de Koran wel zijn bevestigd en één van de meest belangrijke verhalen die zich toen heeft voorgedaan is het verhaal tussen Qaabil (Kaïn) en Haabil (Abel), Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Vertel hen de waarheid over het verhaal over de twee zonen van Aadam: toen zij een offer brachten, werd het van één van hen aanvaard en van de ander werd het niet aanvaard. Hij zei: ,,Ik zal je doden.” Hij zei: ,,Waarlijk, Allah aanvaardt alleen het offer van de godsvruchtigen.”  (Soerat al-Maa’idah: 27)

Haabil was een man van godsvrucht en rechtschapenheid en daarom wilde hij zijn broer  geen kwaad aandoen, zelfs niet toen zijn broer aankondigde hem te willen te doden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Wanneer jij je hand naar mij uitstrekt om mij te doden: het is niet aan mij om mijn hand naar jou uit te strekken om jou te doden, waarlijk, ik vrees Allah, de Heer van de Werelden.” (Soerat al-Maa’idah: 28)

Qaabil daarentegen die kende geen godsvrucht en deinsde er niet voor terug zijn broer te doden. Hij was dan ook de eerste die het misdrijf van doodslag heeft geintroduceerd. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broeder te doden en hij doodde hem, en zo werd hij één van de verliezers.”  (Soerat al-Maa’idah: 30)

Ook zei de profeet (vrede zij met hem): “Er is geen leven dat ten onrechte wordt ontnomen, of de zoon van Aadam zal een deel van de schuld moeten dragen, want hij was de eerste die het misdrijf van doden heeft geintroduceerd.”    (Moeslim)

Qaabil, die zijn broer had gedood, was overigens niet bekend met het ritueel van begraven en wist daarom niet wat hij met het lijk van zijn broer moest doen. Er is zelfs gezegd dat hij veertig dagen lang rond heeft gelopen met het lijk van zijn broer totdat Allah twee raven zond die met elkaar begonnen te vechten, waarna één van hen de ander doodde en vervolgens een gat in de grond maakte en de ander begroef. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Toen stuurde Allah een raaf, die over de grond kraste om hem te laten zien hoe hij het lichaam van zijn broeder kon bedekken. Hij zei: ,,Wee mij! Waarom ben ik zo zwak dat ik niet net zoals de raaf het lichaam van mijn broeder kan bedekken?” En zo werd hij van hen die wroeging (zelfverwijt) hebben.”  (Soerat al-Maa’idah: 31)

Wat betreft de dood van Aadam, de authentieke overleveringen leren ons dat Aadam op een vrijdag is overleden. Er wordt beweerd dat zijn zoon Seth het dodengebed voor hem heeft verricht waarbij hij dertig keer Takbier (het zeggen van ‘Allahoe Akbar’) heeft verricht. Ook is gezegd dat Hawaa’ een jaar later is overleden en naast hem werd begraven. Anderen menen weer beweren dat Adam in Mekka is begraven. Maar dit zijn allemaal zaken die niet terug te herleiden zijn naar de correcte overleveringen.

Onze Profeet (vrede zij met hem) heeft tijdens zijn nachtreis kennis gemaakt met zijn vader Aadam, zo overlevert al-Boechari en Moeslim dat de Profeet (vrede zij met hem) Aadam ontmoette in de eerste hemel… Hij (Aadam) zei tegen de Profeet (vrede zij met hem): “Welkom, goede Profeet en goede zoon.” Hierop vroeg de Profeet aan Djibriel (vrede zij met hem): “Wie is deze man?” Toen zei Djibriel: “Dit is Aadam (vrede zij met hem).”

En tot slot vragen wij Allah om ons al-Firdaus (het hoogste Paradijs) te doen binnentreden en vrede en zegeningen zij met onze Profeet.

 

Geplaatst:
Afdrukken