Hadith 35 : Broederschap in de Islam

Hadith 35 : Broederschap in de Islam

   
                   


Aboe Hoerayrah zei dat de Profeet  heeft gezegd:
 

“Benijdt elkaar niet. Biedt niet tegen elkaar op. Haat elkaar niet. Wendt jullie niet af van elkaar. Verkoopt niet ten laste van elkaar. En wees broeders, O dienaren van Allah. De moslim is de broeder van de andere moslim. Hij doet hem geen onrecht aan, laat hem niet in de steek, liegt hem niet voor en veracht hem niet. Godsvrucht bevindt zich hier - hij wees tot drie keer toe naar zijn borst. Het is erg genoeg voor iemand om zijn moslimbroeder te verachten. Alles van een moslim is onschendbaar voor een andere moslim: zijn bloed, zijn bezitting en zijn eer.”  
 

(Overgeleverd door Moeslim)

 

Uitleg

‘Benijdt elkaar niet.’ Dit is een verbod op afgunst. Afgunst staat voor het hebben van afkeer voor een gunst, ongeacht of het nu gaat om wereldse of religieuze gunsten, die Allah aan jouw broeder heeft geschonken. Het doet er hier ook niet toe of je nu wenst dat de gunst van hem wordt ontnomen of niet.

‘Biedt niet tegen elkaar op.’ De Islamitische geleerden hebben gezegd dat het Arabisch woord ‘al-Moenaajashah’ staat voor het opdrijven van de prijs tijdens een veiling, terwijl men niet van plan is het koopwaar te kopen. Daarentegen wenst men hiermee slechts de verkoper te bevoordelen of de koper te benadelen. 

‘Wendt jullie niet af van elkaar.’ Keert elkaar de ruggen niet toe, waardoor jullie gezichten de andere kant uitwijzen.

‘Verkoopt niet ten laste van elkaar.’ Een moslim dient niet iets ten nadele van zijn broeder te verkopen. Bijvoorbeeld in het geval dat iemand een product voor tien dirham koopt, waarop een andere koopman naar de koper komt en hem hetzelfde waar aanbiedt voor minder geld. Dit leidt namelijk tot onderlinge vijandigheid en haat.

‘En wees broeders, O dienaren van Allah.’ Met andere woorden, Wees als broers wat betreft genegenheid, liefde, eensgezindheid en het niet berokkenen van kwaad. Vervolgens legde de Profeet  de nadruk op deze broederschap, zeggende:
 
‘De moslim is de broeder van de andere moslim.’ Vanwege hun onderlinge Islamitische band. En dit is de meest innige verbintenis die bestaat tussen de moslims. 

‘Hij doet hem geen onrecht aan.’ Met andere woorden, hij moet hem geen kwaad aandoen.
 

(Hij) laat hem niet in de steek,’ op cruciale momenten.  

(Hij) liegt hem niet voor.’ Oftewel, hij moet hem geen onwaarheden verkopen.

(Hij) veracht hem niet.’ De moslim minacht zijn broeder niet. 

‘Godsvrucht bevindt zich hier.’ De plaats van godsvrucht is het hart. Wanneer het hart godsvrucht toont, dan zullen de ledematen dit ook doen.

‘Hij wees tot drie keer toe naar zijn borst,’  zeggende: “Godsvrucht bevindt zich hier. Godsvrucht bevindt zich hier. Godsvrucht bevindt zich hier.”  

‘Het is erg genoeg voor iemand om zijn moslimbroeder te verachten.’ Het volstaat aan slechtheid dat iemand zijn broeder veracht.

‘Alles van een moslim is onschendbaar voor een andere moslim: zijn bloed, zijn bezitting en zijn eer.’ Wat betreft zijn bloed, het is niet toegestaan dit te vergieten.

Wat betreft zijn bezittingen, het is niet toegestaan om door middel van diefstal, plundering of inbeslagneming je te vergrijpen aan zijn bezit.
 
Aangaande zijn eer, het is niet toegestaan om middels roddel en achterklap zijn eer aan te tasten.
 

 

Wat leert deze overlevering ons?
 

  • Het verbod op afgunst. Afgunst kent vele nadelen. Zo is dit een vorm van afkeer voor de Voorbeschikking van Allah en Zijn Predestinatie. Ook is dit een vorm van onrecht tegenover je broeder. Tenslotte leidt afgunst tot hartzeer bij de afgunstige persoon. Toename van de gunsten bij de andere doen in hem slechts de afgunst ontsteken, waardoor zijn leven ondraaglijk wordt. 
     
  • Het verbod op het tegen elkaar opbieden, vanwege  het kwaad dat een ander hierdoor wordt aangedaan. Dit leidt tot haat en alles wat op zijn weg ligt. Vandaar dat het toegestaan is voor de moslim om zijn broeder te haten of iets te doen wat aanleiding kan zijn tot onderlinge haat.
     
  • Het verbod op het zich afwenden van elkaar. Hiermee wordt bedoeld dat de moslim zijn broeder de rug toekeert, niets van hem aanneemt en niet naar hem luistert. Dit allemaal is in strijd met de op het geloof gebaseerde broederschap.
     
  • Het verbod op het verkopen ten nadele van een ander. Dit geldt ook voor het kopen ten nadele van een ander, het vragen van de hand van een vrouw ten nadele van een ander, het huren van iets ten nadele van een ander en dergelijke.
     
  • De verplichting om de op het geloof gebaseerde broederschap te bevorderen. Dit op basis van de volgende uitspraak: “En wees broeders, o dienaren van Allah.”
     
  • Het verduidelijken van de omgangsvormen tussen de moslims. Een moslim mag een andere moslim geen onrecht aandoen, noch in de steek laten, noch voorliegen en noch verachten. Dit omdat dit alles strijdig is met de Islamitische  broederschap.
     
  • De plaats van godsvrucht is het hart. Als het hart godsvruchtig is, zullen de lichaamsdelen dat ook zijn. Er zijn mensen die wanneer zij een zonde begaan en hierop worden aangesproken, zeggen: “Godsvrucht bevindt zich hier.” Datgene wat ze zeggen is natuurlijk waar, maar er gaan valse bedoelingen hierin schuil. Het antwoord dat gegeven dient te worden aan deze mensen is: “Als er in het hart daadwerkelijk godsvrucht aanwezig is, dan zouden de lichaamsdelen ook godsvruchtig moeten zijn. De Profeet  zei namelijk: “Waarlijk, er bevindt zich een vleesklont in het lichaam. Als dit goed is, zal het gehele lichaam goed zijn. En als dit slecht is, zal het gehele lichaam slecht zijn.”
     
  • Het herhalen van belangrijke uitdrukkingen of gezegden om de aandacht hierop te vestigen. Dit op basis van de volgende uitspraak van de Profeet : “Godsvrucht bevindt zich hier.” Hij zei dit tot drie keer toe, terwijl hij naar zijn borst wees.
     
  • De ernst van het minachten van de moslim. Dit op basis van de uitspraak van de Profeet : “Het is erg genoeg voor iemand om zijn moslimbroeder te verachten.” Dit vanwege de nadelen die voortkomen uit het verachten van de moslim.
     
  • Het verbod op het schenden van het bloed, de bezittingen en eer van de moslim. Dit is het uitgangspunt, maar er zijn gevallen waarin het schenden hiervan geoorloofd is. Daarom heeft Allah, de Verhevene, gezegd:

 “Er is slechts een weg (tot bestraffing) tegen degenen die de mensen onrecht aandeden en die zonder recht buitensporig op de aarde handelen.”
 

 (Soerat ash-Shoeraa: 42)

 

Ook zegt Hij, de Verhevene: 
 

“En wie zich verdedigt nadat hem onrecht is aangedaan: zij zijn degenen tegen wie er geen weg (tot bestraffing) is.”                            
 

(Soerat ash-Shoeraa: 41)

 

  • Als de Islamitische gemeenschap de genoemde richtlijnen zou naleven, dan zou zij hierdoor gelukszaligheid in dit wereldse leven en in het Hiernamaals verkrijgen. Want dit behoort allemaal tot de hoogwaardige, verheven en nobele etiquette waarmee het goede wordt verworven en de kwade wordt vermeden.
     
Geplaatst:
Afdrukken